Gasbeton vloer storten: zo doe je het stap voor stap

Een gasbeton vloer storten betekent dat je een laag schuimbeton (ook wel gasbeton of cellenbetonspecie genoemd) op de bestaande ondervloer aanbrengt om een vlakke, geïsoleerde basis te maken. Dit materiaal is lichter dan gewoon beton, isoleert goed en vult oneffenheden moeiteloos op. Storten gaat sneller dan het leggen van een droge dekvloer, maar er zijn een paar stappen die je goed moet doorlopen om problemen te voorkomen.

Let op: een gasbeton vloer is géén dragende gebruiksvloer op zichzelf. Je legt er altijd nog een dekvloer, tegels of een zwevende vloerafwerking op. De gasbeton laag dient als egalisatie- en isolatielaag, niet als afwerklaag.

Wat heb je nodig voor het storten?

Voordat je begint, zorg je dat je het volgende bij de hand hebt:

  • Gasbeton- of schuimbetonmix (los zakgoed of kant-en-klaar geleverd via een pomp)
  • Een waterpas en maatlatten om de gewenste hoogte te markeren
  • Afstandhouders of hoogtepinnen om de dikte te bewaken
  • Een vlakke lat of afdrijflat om de laag gelijk te strijken
  • Folie of stofzuiger om het onderliggende substraat voor te bereiden
  • Bij grotere oppervlakken: een pomp of betonmolen

Voor kleine vloeroppervlakken meng je de specie zelf met water in een betonmolen of mengbak. Voor vloeroppervlakken van meer dan 20 tot 30 m² is een pompinstallatie of een gespecialiseerde gietbedrijf vrijwel onvermijdelijk, omdat je dan te snel moet werken voor handmatig mengen.

Gasbeton vloer storten: de stappen

Stap 1: Ondergrond voorbereiden. De bestaande ondervloer moet schoon, droog en stabiel zijn. Verwijder los materiaal, stof en vet. Controleer of er vochtproblemen zijn in de ondervloer, want gasbeton is poreus en neemt vocht op als de basis niet deugt. Leg eventueel een dampremmende folie als de vloer vochtig is.

Stap 2: Hoogte uitzetten. Bepaal de gewenste hoogte van de afgewerkte gasbeton laag. Gebruik een waterpas en markeer rondom de muren op welk niveau je stopt. Sla hoogtepinnen in de vloer zodat je tijdens het storten een referentiepunt hebt. Een gebruikelijke dikte voor een egalisatielaag van gasbeton ligt tussen de 5 en 15 cm, afhankelijk van de oneffenheden en het gewenste isolatieniveau.

Stap 3: Mix aanmaken of bestellen. Gasbeton heeft een lage dichtheid (naar schatting 300 tot 600 kg per m³, tegenover 2.000 kg per m³ voor gewoon beton). Meng de specie volgens de instructies van de leverancier of laat het via een pomp aanvoeren. De juiste verhouding water en droge mix is belangrijk: te veel water maakt de laag week en geeft meer krimping.

Stap 4: Storten en verspreiden. Giet de specie in de ruimte en verdeel hem met een afdrijflat tot aan de hoogtepinnen. Gasbeton vloeit redelijk goed vanzelf plat, maar kleine oneffenheden strijk je na met een lat. Werk systematisch van de verste hoek naar de uitgang toe, zodat je de verse vloer niet inloopt.

Stap 5: Laten uitharden. Gasbeton heeft een langere uithardingstijd dan je misschien verwacht. Reken op minimaal 24 tot 48 uur voordat je er voorzichtig op kunt lopen. De volledige sterkte bereikt de laag na circa 7 tot 28 dagen, afhankelijk van dikte, temperatuur en luchtvochtigheid. Sluit ramen en deuren om tochtdroging te voorkomen, want dat veroorzaakt scheuren.

Dikte en draagkracht: waar je op moet letten

Hoe dikker de gasbeton laag, hoe beter de thermische isolatie, maar ook hoe zwaarder de belasting op de draagconstructie eronder. Gasbeton is licht, maar stapelt dat gewicht toch op bij grote diktes. Controleer bij diktes boven 10 cm of de draagvloer eronder dat aankan, zeker in oudere woningen.

Voor vloerverwarming is gasbeton een populaire keuze. De leidingen worden voor het storten in de juiste positie vastgeklemd, waarna de gasbeton specie erover wordt gestort. De laag sluit de leidingen volledig in, wat zorgt voor een gelijkmatige warmteverdeling. De totale systeemdikte (inclusief leidingen en dekvloer) bepaalt hoeveel hoogte je inlevert, dus meet dit van tevoren goed uit.

Veelgemaakte fouten bij het storten

De meest voorkomende fout is te snel beginnen met de afwerking. Als de gasbeton laag nog niet voldoende is uitgehard en je legt er al tegels op, trekt de laag verder samen en verschijnen er later scheuren in de afwerkvloer. Wacht dus altijd lang genoeg.

Een tweede valkuil is een te natte mix. Gasbeton met te veel water krimpt meer tijdens het drogen, wat leidt tot scheuren en een ongelijke vloer. Volg altijd de water-specie verhouding van de leverancier.

Tot slot onderschatten mensen de vochtbarrière. Zonder deugdelijke folielaag tussen een vochtige betonplaat en de gasbeton specie treedt vochtmigratie op. Dat leidt op termijn tot schimmel onder de vloerafwerking, wat pas zichtbaar wordt nadat het probleem al flink gevorderd is.

Gasbeton vloer storten is goed te doen voor de doe-het-zelver bij kleinere ruimtes, maar voor grotere of complexere vloeren (met vloerverwarming, veel hoogteverschil of een natte ondergrond) is het slim om een specialist in te schakelen. De voorbereiding, de juiste mix en het geduld tijdens het uitharden bepalen voor het grootste deel of de vloer een succes wordt.